What is learned: The students hear the numbers and whether the weight is too much or not enough. They also learn to weigh an object.
Getting the most out of the activity: Start by putting the largest weight on the scales first.
Group activities: Let the student tell which weight to put on the scales or take off. Find a real scale and let them weigh different objects in the classroom.
Zet gewichten op de schaal en weeg het doosje.
Hoe werkt het: sleep de gewichten op de schaal tot je het juiste gewicht hebt gevonden. De schaal zal bewegen volgens het gewicht. Je zult het volgende horen: ‘te veel’ of ‘niet genoeg’.
Wat leer je: de student hoort de getallen en hij/zij hoort ook of het te veel of onvoldoende is. Ook leert hij/zij een object wegen.
Haal zoveel mogelijk uit de activiteit: begin met het zwaarste gewicht op de schaal te leggen.
Groepsactiviteiten: laat de studenten zeggen welk gewicht er gelegd of genomen moet worden. Vind een echte schaal en laat de leerlingen verschillende objecten van de klas wegen.
|   | Deutsch |   |   | Dutch |   | |
|   | Wieviel wiegt das Packet? | Hoeveel weegt de doos? | ||||
|   | Lege die Gewichte auf die Waage, um das Packet zu wiegen und die Zahlen zu üben. | Zet gewichten op de schaal en weeg het doosje. Zo leer je werken met getallen. | ||||
|   | Das ist zu viel. | |||||
|   | Das ist nicht genug. |